How low can you go
Stel je koopt iets en daar zit een snoertje bij, je hebt dat snoertje niet nodig, maar je legt het op je buro. Het hoort daar niet, maar het ligt niet genoeg in de weg om 't op te ruimen. Maanden gaan voorbij en het kabeltje blijft 'niet echt in de weg liggen'. Dan op zekere morgen koop je iets dat aan de andere kant van dat kabeltje kan, zodanig dat je het een aan het ander kunt hangen. Je hebt het kabeltje van node. Gelukkig weet je het te liggen dus koop je bij het nieuwgekochte ding, geen nieuw kabeltje.
Thuisgekomen begint het uitpak en aansluitwerk. Tralatierelier zou je zeggen, maar nee: het kabeltje is wég. Wég? Ja wég. Foezie, fort, verzwonden. Gewoonweg, eh, eh, weg.
Maar mijn moeder zei altijd op zulke momenten: Hij kan geen pootjes gekregen hebben. Dus ga je zoeken, en zoeken, en zoeken ook nog.
En futiel op de zelfde plek nogn's kijken. En op plekken waarvan je zeker weet dat je 'm daar echt echt echt nooit kan hebben gelegd.
Je weet dat je verkeert zoekt, verkeerd denkt en dat je beter op kunt houden, maar je wilt die kast weer dichtschroeven dus moet-je-um-vin-den.
1Dan ineens denk je: stoel, ja! Stoel, gewoon stoel! Ploppperdeplop, stoel! Das ist ja Stuhl!
En met het gemengde gevoel dat een dergelijke heen terugvonst met zich meeneemt, monteer je het kabeltje en lik je de wonde.
1 Sterk verkort weergegeven, maar het werd echt saai.